Beschreven voorbeelden uit de praktijk
Verzameling van beschrijvingen van casuistiek rondom mensen met EVB+ en seksualiteit.
VGN- academie: Casus Imran
Werkgroep seksualiteit - Kennisplatform EVB+ - november 2025
Mike (30 jaar, begeleider van Imran op een dagcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking)
‘Imran kan erg bezig zijn met zijn piemel. Op het dagcentrum en ook daarbuiten kon dat voor behoorlijk ongemakkelijke situaties leiden. Zeker omdat Imran ook in de supermarkt gewoon met zijn piemel kon gaan spelen. Hij had dan helemaal niet door dat dit ongepast was. Mijn collega’s en ik wisten ons geen raad.’
Mike (30 jaar):
Ik begeleid Imran nu drie jaar op het dagcentrum. Imran is 28 jaar. Hij heeft een zeer ernstig verstandelijke beperking en autisme. Imran kan niet praten, maar eenvoudige opdrachten als ‘ breng je beker maar naar de keuken’ begrijpt hij wel. Voor Imran is een vast dagprogramma met terugkerende activiteiten heel belangrijk. Imran is ook erg gesteld op zijn vaste begeleiders. Zij geven hem houvast. Als een invalkracht op de groep staat dan wordt Imran onrustig. Imran loopt dan veel weg uit de activiteitenruimte. Imran vindt het vooral fijn om buitenactiviteiten te doen: wandelen, boodschappen doen, papier ophalen in de wijk.
Wat ik lastig vond in de omgang met Imran was dat hij altijd veel met zijn piemel aan het spelen was. Hij ging dan met zijn hand over zijn broek over zijn piemel wrijven. De erectie die hij had was dan duidelijk zichtbaar. Ik voelde me daar al best ongemakkelijk bij, maar voor mijn vrouwelijke collega’s was dit nog veel ongemakkelijker, zeker als Imran naar ze staarde terwijl hij met zijn piemel aan het spelen was. Ik vond het lastig om te bedenken hoe ik hiermee om moest gaan. Soms, als niemand keek, liet ik hem gewoon maar even zijn gang gaan. Hij is tenslotte ook een man met gevoelens en behoeftes. Een andere keer, bijvoorbeeld als ik met hem in de supermarkt was, dan zei ik er wel wat van, en dan hield Imran ook op. Bij mijn vrouwelijke collega’s zag ik dat ze soms echt schrokken en niet wisten wat ze moesten doen.
Laatst was er geen vast begeleider op de groep. Imran liep er toen een beetje verloren bij. Op een gegeven moment hoorde ik een gil. Toen ik ging kijken stond Imran met zijn broek naar beneden in de gang met zijn piemel te spelen. De invalkracht die op de groep stond was heel erg geschrokken. Ze zei dat ze niet meer op de groep van Imran wilde werken.
Samen met de orthopedagoog, de ergotherapeut, de ouders van Imran en de begeleiders van de woning waar Imran woont zijn we gaan nadenken over hoe we Imran zo goed mogelijk konden begeleiden bij zijn seksuele ontwikkeling. Bij sommige overleggen was ook een seksuoloog aanwezig, die ons meer kon vertellen over de seksuele ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking.
Toen we beter gingen observeren wanneer Imran wel en niet met zijn piemel speelde op het dagcentrum, viel het ons op dat hij dit vooral deed op momenten dat hij even niets te doen had, of op momenten dat hij activiteiten moest doen die hij eigenlijk niet zo interessant vond, zoals puzzelen aan tafel. Hij leek zich dus gewoon te vervelen.
Samen met de ergotherapeut is er toen een programma gekomen waarbij Imran minder lege momenten in zijn programma had. Imran kreeg een uitgebreider programma met meer activiteiten waarbij Imran verschillende sensaties aan zijn lichaam kon ervaren, zoals verschillende voel- en trilmaterialen. Het was meteen duidelijk dat Imran hier heel erg van kon genieten.
Als team kregen we uitleg over de seksuele en emotionele ontwikkeling van Imran. Dat was heel verhelderend. We leerden dat Imran op het gebied van seksualiteit vooral op zichzelf gericht is en dat hij er dus helemaal geen bedoelingen mee heeft als hij in het bijzijn van een ander zijn broek naar beneden doet. We leerden ook dat Imran de sociale regels over seksualiteit gewoon niet kan onthouden. Hij heeft het dus nodig dat we hem elke dag bijsturen in wat wel en niet gepast is.
Op advies van de seksuoloog zijn we ook gaan onderzoeken of Imran wel voldoende ruimte kreeg om plezier te beleven aan zijn eigen lichaam. De begeleiders van de woonlocatie gaven aan dat ze daar eigenlijk nog nooit zo over nagedacht hadden. Imran had veel verzorging nodig en droeg incontinentiemateriaal, dus echt veel ruimte om plezier te beleven aan zijn eigen lichaam was er niet. Sindsdien krijgt Imran iedere dag na het wassen wat extra tijd onder de douche om zijn lichaam te verkennen. Ook ’s avonds op zijn eigen kamer kan hij nu zonder incontinentiemateriaal zijn eigen lichaam verkennen en er plezier mee beleven. Nu we meer begrijpen van hoe de seksualiteit bij Imran werkt, voelt het een stuk minder ongemakkelijk om hem daarin te begeleiden.
In deze casus is samengewerkt met een orthopedagoog, een ergotherapeut en een seksuoloog NVVS. In een andere situatie had dit ook een fysiotherapeut, SI-therapeut, speltherapeut, consulent seksuele gezondheid NVVS of een andere discipline kunnen zijn. Dit is per situatie en per client verschillend. Welke disciplines jij kunt inschakelen, hangt af van de aanwezigheid van de disciplines in jouw organisatie. Vraag naar de mogelijkheden binnen jouw organisatie. Als een benodigde discipline in jouw organisatie niet aanwezig is, dan is het vaak ook mogelijk om externe disciplines te raadplegen.
Erectie uit angst bij man met ernstige verstandelijke beperking
Klik 13 mei 2025- door Mirella van der Heijden
Een erectie komt niet altijd voort uit seksuele opwinding. Dat merkten we bij Quincy, die naast een ernstig verstandelijke beperking een autismespectrumstoornis heeft. Quincy spreekt niet en is een grote en atletische jongeman van 19 jaar met veel energie.
Quincy kreeg lang individuele begeleiding vanwege forse agressie. Sinds Quincy in een voorziening woont met intensieve begeleiding gaat het beter met hem. Maar er zijn ook zorgen, met name over zijn seksualiteit. Om die reden wordt Quincy aangemeld bij de seksuoloog.
Begeleiders zijn bang
Begeleiders, vooral vrouwelijke, zijn bang voor Quincy. Hij heeft veel erecties. Met zijn erecties klampt hij zich aan hen vast. Begeleiders voelen zich bedreigd en vrezen voor een toename van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een aantal invalkrachten wil om deze reden niet meer werken in de woning van Quincy.
Heftig verleden
Wanneer ik in zijn dossier duik, valt me op dat Quincy een heftige voorgeschiedenis heeft. Hij werd als jong kind door mensenhandelaren naar het buitenland gesmokkeld en moest daar werken in een fabriek. Jarenlang was hij vermist, totdat hij op een dag werd teruggevonden. Eenmaal terug in Nederland werd hij direct in een voorziening geplaatst.
Angstig
Bij het observeren van Quincy valt me op dat hij met name erecties krijgt bij situaties die mogelijk beangstigend voor hem zijn. Een begeleider die zonder aankondiging wegloopt, een medecliënt die plotseling schreeuwt, een politieauto die met loeiende sirenes langs de woning rijdt.
‘Bij Quincy lijkt er sprake van een basaal gevoel van onveiligheid’
Erecties kunnen het gevolg zijn van seksuele opwinding, maar ook van andersoortige opwinding. Bijvoorbeeld sterke positieve of negatieve emoties. Bij Quincy lijkt er sprake van een basaal gevoel van onveiligheid, voortdurende angst en alertheid. Zijn erecties zijn vermoedelijk eerder het gevolg van angst dan van seksuele opwinding.
Trauma
Ik besluit hier nader onderzoek naar te doen. Op een traumascreeningslijst scoort Quincy hoog, waardoor we vermoeden dat er sprake is van een posttraumatische stressstoornis. In overleg met het multidisciplinair team en zijn zus besluiten we om Quincy een periode van traumaverwerking te bieden, in de hoop zijn basale angst te verminderen. Dit doen we door middel van EMDR-Storytelling, waarbij zijn zus de rol van co-therapeut heeft.
Quincy reageert goed op de sessies. De verhalen zijn herkenbaar voor hem. Hij luistert aandachtig. Een aantal maal rollen de tranen over zijn wangen. De geluiden die hij maakt tijdens de sessies veranderen langzaamaan van hoge piepgeluiden, naar lage, langzame, tevreden geluiden.
Meer ontspanning
Gaandeweg zien zijn zus en de begeleiders meer ontspanning bij Quincy. Niet alleen bij het luisteren naar de verhalen tijdens de sessies, maar ook in de dagelijkse omgang. Quincy’s overalertheid neemt af. Hij slaapt beter en beleeft overdag meer plezier aan zijn activiteiten. Als de begeleider even weggaat, blijft Quincy ontspannen bezig met zijn activiteit.
Het aantal plotselinge erecties vermindert, en ook het zichzelf hard tegen de begeleiders aandrukken. Begeleiders voelen zich minder bedreigd en zijn steeds meer in staat Quincy de emotionele nabijheid te bieden die hij nodig heeft.
Gezonde seksualiteit
Nu begeleiders niet meer bang zijn voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, komt er ruimte om Quincy te ondersteunen bij een gezonde seksuele ontwikkeling. In zijn slaapkamer en de badkamer krijgt hij ruimte om zijn eigen lichaam te ontdekken en er plezier aan te beleven.
Begeleiders kunnen nu een positieve boodschap geven: in de badkamer en in je slaapkamer mag je fijn spelen met je piemel, want je lichaam is van jou en jij mag ervan genieten.
door Mirella van der Heijden, NVO Orthopedagoog-Generalist, EMDR-traumabehandelaar en Seksuoloog NVVS
Seksueel gedrag of een signaal van iets anders?
Klik - 25 juni 2024 - Daphne Kemner
Marjanka is een stevige vrouw van middelbare leeftijd met een matige verstandelijke beperking. Ze kan begeleiders gericht bij geslachtsdeel, billen of borsten grijpen. In de loop der jaren is met regelmaat nagedacht over de betekenis van haar gedrag. Heeft het een signaalfunctie? Is het seksueel? Uiteindelijk is het nooit echt duidelijk geworden. Het lijkt een combinatie te zijn.
Marjanka grijpt begeleiders vaak vast als ze zich niet veilig voelt. Dit gedrag lijkt ook vanuit een seksuele prikkeling te komen. Vooral volle borsten kunnen voor haar een trigger zijn.
Op onverwachte momenten kan ze je vastpakken. Dat voelt niet fijn, het is pijnlijk, maar gaat ook echt seksueel over een eigen grens. “Alsof je wordt aangerand,” zo zegt het team.
Straf
Er zijn duidelijke afspraken in het signaleringsplan over het vergroten van de afstand bij meer spanning. En meestal krijgt Marjanka na een incident straf en een pittig gesprek met de teamcoördinator die onderstreept dat dit echt niet mag. Marjanka kijkt dan doorgaans schuldbewust en zegt sorry, maar haar gedrag is er nooit door veranderd.
Betast
Vorig weekend is het weer gebeurd. Het team is in rep en roer. Ze greep de nieuwe leerling Jose in haar slaapkamer vast. Ze betastte haar tot onder haar bh en ging tegen haar aan rijen. Jose is behoorlijk aangedaan en heeft zich ziek gemeld.
Verhit gesprek
De verdeeldheid in het team is groot. Een aantal vindt dat Jose aangifte moet doen van aanranding en dat het onmogelijk is om Marjanka veilig te begeleiden. Anderen vinden die reactie overdreven en denken dat het gedrag van Marjanka vooral vanuit onveiligheid is ontstaan.
In een ingelaste teamvergadering gaan we in verhit gesprek. Een aantal zaken wordt duidelijk:
- Het team hangt in de discussie of dit gedrag nu wel of niet seksueel is, dit leidt nauwelijks tot beweging en oplossingen.
- Er blijkt geen psychoseksueel beeld van Marjanka te zijn waarin duidelijk wordt wie ze is, op welk sociaal emotioneel niveau ze functioneert en wat ze nodig heeft op seksueel gebied.
- Er is niet nagedacht over wat haar seksuele behoeften zijn en wat daarin wel mogelijk is en kan.
- In het signaleringsplan is niet meegenomen hoe te handelen als ze zich niet veilig voelt in combinatie met mogelijk seksuele prikkeling door grote borsten.
- Er blijkt geen concreet inwerkprotocol te zijn voor nieuwe medewerkers met betrekking tot het gedrag van Marjanka. Het signaleringsplan wordt bijvoorbeeld niet standaard doorgenomen met nieuwe medewerkers voordat ze Marjanka begeleiden.
Zo kon het dus gebeuren dat de nieuwe leerling Jose, niet bewust van de mogelijke prikkeling door haar postuur, op haar tweede werkdag Marjanka al zelfstandig hielp met aankleden. En werd aangerand.
Perspectief
Het team zucht. Langzaam daalt in dat de schuldvraag complexer is en om iets anders vraagt dan strafmaatregelen of discussie of het gedrag wel of niet seksueel is. Tijd voor een aanpak met perspectief.
door Daphne Kemner
Borsten voor aandacht
Klik - 29 november 2023 - Daphne Kemner
Een gedragskundige belt om te overleggen. Het gaat over Lilly, een 21-jarige cliënt met een matige verstandelijke beperking. Lilly trekt soms haar shirt omhoog om haar borsten te laten zien. En ze heeft de laatste maanden over meerdere begeleiders gezegd dat ze aan haar borsten hebben gezeten. Hoewel dit irritatie en onveiligheid in de begeleiding opwekt, beschrijft seksuoloog Daphne Kemner waarom dit vooral een vraag is om meer te investeren in het contact.
Omdat meldingen van vermoedens van seksueel misbruik heel serieus worden genomen, leidden Lilly haar uitspraken dat begeleiders aan haar borsten zaten al twee keer tot het volgen van het protocol. Deze begeleiders waren dan tijdens de procedure niet in de groep aan het werk. Met alle consequenties van dien.
Schrik en irritatie
Ondanks dat de uitspraken van Lilly niet de waarheid bleken, zit de schrik er goed in. En haar gedrag leidt ook tot irritatie. Veel begeleiders geven aan haar liever niet te willen begeleiden, omdat ze zich zelf niet meer veilig voelen. En hoe onveiliger de begeleiders zich voelen, hoe vaker Lilly haar borsten laat zien, zo lijkt het.
‘Is het gedrag überhaupt wel seksueel?’
In het team wordt gedacht dat Lilly misschien seksueel misbruikt is vroeger, of dat ze juist seksuele voorlichting nodig heeft omdat ze duidelijk niet weet wat hoort. De gedragskundige vraagt zich af of het gedrag überhaupt wel seksueel is. Een warboel aan vraagtekens.
Kennis van haar ontwikkeling
Om te kunnen bepalen wat passende interventies zijn, is er meer informatie nodig. De gedragskundige gaat aan de slag om een psycho-seksueel beeld op te stellen.
Wie is Lilly, qua niveau op cognitief, sociaal emotioneel en op seksueel gebied? Hoe is haar seksuele ontwikkeling verlopen? Wat weet zij van seksualiteit? Wat beleeft ze aan seksualiteit? Welke mogelijkheden heeft ze om er op positieve wijze uiting aan te geven?
En daarnaast: wanneer vertoont ze het laten zien van haar borsten? Wat voor functies kan haar gedrag hebben? Welke begeleidingswijzen hebben welk effect op haar gedrag? Wat heeft ze nodig?
‘Lilly laat vooral haar borsten zien als er veel onduidelijk voor haar is’
Na een aantal maanden hebben de gedragskundige en ik weer contact over de bevindingen. Na observatie bleek dat Lilly vooral haar borsten liet zien als er veel onduidelijk voor haar was. En ook het beschuldigen van begeleiders leek te maken te hebben met onduidelijkheid.
Als Lilly zich onveilig of verloren voelt, trekt ze met haar gedrag de aandacht naar zich toe om zich staande te houden. Seksueel gedrag genereert aandacht! Slim bedacht, maar niet heel wenselijk hier.
Investeren in contact
De interventies hebben effect, zoals bijvoorbeeld na onrust extra tijd met haar doorbrengen, investeren in contact, regelmatig haar hand vasthouden, vaker samen iets doen zonder dat ze om aandacht hoeft te vragen. Lilly laat minder vaak haar borsten zien en ze heeft niemand meer beschuldigd.
“Eind goed al goed,” verzucht de gedragskundige.
Focus op seksuele gezondheid
“Fijn hoor! En hoe gaat het met haar verdere seksualiteitsbeleving?” vraag ik “Hoe is seksualiteit verder een positief thema voor haar? Hoe kan zij een seksueel wezen zijn?”
De gedragskundige valt even stil. “Wat stom zeg. Daar hebben we eigenlijk helemaal niet meer naar gekeken, nu het weer goed gaat...”
Zo herkenbaar. Vaak als er dingen mis gaan, als er risico’s of problemen zijn, hebben we aandacht voor seksualiteit. Maar zonder dat er problemen spelen, lijkt de focus op de algemene seksuele gezondheid van cliënten er nauwelijks te zijn. Goed dat Lilly met haar gedrag dat ook even in het licht zette.
door Daphne Kemner Orthopedagoog-seksuoloog NVVS Prinsenstichting/Zodiak
Seksuoloog over aanraken: grensoverschrijdend of niet?
Klik: 5 juli 2021 - Welmoed Visser
Vandaag mag ik observeren bij een dagbesteding voor mensen met een ernstig verstandelijke beperking en bijkomende problemen. Daar woont ook Jochem: een jongen van 23 jaar. Hij woont relatief kort in de instelling en zoals de omgeving het verwoordt: “Jochem laat seksueel grensoverschrijdend gedrag zien. Hij knijpt in je borsten, komt te dichtbij en staart vaak langdurig naar vrouwelijke begeleiders.”
Jochem is een vrolijke jongen. Hij lacht vaak, zoekt naar bevestiging en wil graag in je nabijheid zijn. Op de dagbesteding echter is hij niet de enige die in de nabijheid wil zijn, er zijn meer ‘Jochems’. Met alle geduld en respect geeft de begeleiding ieder op zijn niveau de aandacht en dat valt niet mee.
Ik ben vandaag de indringer in de dagelijkse structuren en de relatie tussen begeleider en cliënten op de dagbesteding. Ik kom observeren. Dat valt niet mee voor hen en voor mij.
‘Pogingen om los te komen hebben geen zin’
Binnen de kortste keren heeft één van de andere ‘Jochems’ zijn aandacht op mij gericht. Hij komt langs, wrijft met zijn gezicht en zijn handen langs mijn gezicht en pakt me bij mijn schouders vast, drukt zich tegen me aan en laat niet los. Pogingen om los te komen hebben geen zin. Het wrijven en vastpakken en drukken wordt dan alleen maar steviger. Na verloop van tijd laat hij los om vervolgens weer terug te komen met hetzelfde gedrag.
Onveilig
Zijn fysieke onrust is duidelijk zichtbaar in zijn gedrag. Het is voor hem onduidelijk wat mijn rol en plek is op deze dag en binnen deze dagbesteding. Hij probeert mij duidelijk te maken door zijn fysieke contact dat hij zich onveilig voelt.
Hij zoekt zijn veiligheid in de voorspelbaarheid van relatie en structuur. Dus niet enkel de dagroutine vasthouden en invullen is helpend, maar ook de invulling van mijn rol (relatie) is van essentieel belang.
Ik raak aan dus ik besta
“Ik word aangeraakt dus ik besta, ik raak aan dus ik besta,” zijn voor mij de uitgangspunten van fase 1 en 2 in de emotionele ontwikkeling. Onduidelijkheid in rol en relatie van de belangrijke ander leiden tot dit gedrag, passend bij de emotionele ontwikkelingsfase van deze ‘Jochem’.
Er is geen sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag, bewust aanraken ten behoeve van seksuele opwinding of ten behoeve van het uiten van verliefdheid of iets dergelijks. Jochem zoekt naar veiligheid in de voorspelbaarheid van relaties en structuren.
Dit geldt ook voor ‘mijn’ Jochem. De onzekerheid in de taak en rol als begeleider voelt Jochem en geeft hem een gevoel van onveiligheid. Het knijpen in borsten, het staren, het dichtbij komen is zijn manier van het hervinden van duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Koppeling
Jochem is niet seksueel grensoverschrijdend met als doel seksuele opwinding aan de ander te ontlenen. Ook is het geen experimenteergedrag passend bij de tweede fase in de emotionele ontwikkeling. De mogelijk prettige lichamelijke sensatie die gepaard gaat met het aanraken van de ander in combinatie met de zoektocht naar veiligheid maakt wel dat hij het gedrag keer op keer laat zien. Dus het is wel zijn vaststaande koppeling geworden. Daar gaan we mee aan de slag.
Ik ben een puzzel gaan maken met ‘mijn’ Jochem op de dagbesteding. De ‘andere Jochem’ werd zichtbaar rustiger en kon zich beter focussen op de activiteiten die voor hem uitgezet werden.
De interventies (voorspelbaarheid, invulling, betekenisverlening) zullen bij Jochem vanuit de omgeving moeten komen. Jochem is zelf niet in staat om dit gedrag te keren. Als dit gebeurt kunnen zowel Jochem als de begeleider zich weer veilig voelen.
door Welmoed Visser, orthopedagoog-seksuoloog NVVS SH
Klik - 12 oktober 2025 - door Mirella van der Heijden
Seksualiteitsbeleving en gedrag bij ernstige beperkingen
Klik - 9 maart 2021- Daphne Kemner
Guus is een ernstig verstandelijk beperkte man van 25 jaar met visusproblemen. Begeleiders trekken aan de bel omdat er seksuele problemen spelen. Seksuoloog Daphne Kemner beschrijft hoe ze door uit te zoeken wat zijn seksualiteitsbeleving is en het team meer te laten focussen op seksualiteit de oplossing vinden voor het bijzondere probleem van Guus.
Guus is een aantal keren in bed aangetroffen met elastiekjes om zijn piemel heen. Soms zo strak dat de bovenkant paars en gezwollen was. In eerste instantie was de aanname dat dit gedrag niets met seksualiteit te maken had. Het leek experimenteergedrag, zoals jonge kinderen wel eens per ongeluk een kraal in hun neus stoppen.
De elastiekjes werden uit voorzorg uit zijn buurt gehouden. Maar omdat Guus ook steeds vaker terloops de billen van begeleiders probeerde aan te raken, werd toch de link met seksualiteit gelegd.
Seksualiteitsbeleving
In gesprek met de begeleider, ouders en gedragskundige blijkt dat seksualiteit hiervoor nauwelijks aandacht had bij Guus. We weten eigenlijk nog niets van zijn seksualiteitsbeleving en besluiten dat eerst maar eens uit te zoeken.
Er wordt een observatielijst opgesteld om in beeld te krijgen hoe vaak er erecties worden waargenomen, wat Guus met zijn erectie doet en hoe vaak het aanraken van billen plaatsvindt. Ook plannen we een teamvergadering hierover.
‘Focussen op seksueel gedrag is wennen’
Het team helpt de cliënten goed bij het wassen, eten, een fijne daginvulling, enzovoort, maar focussen op seksueel gedrag is wennen. Er wordt geopperd of we niet gewoon de elastiekjes uit zijn buurt kunnen houden, dan is het probleem toch ook opgelost? Na een goede, inhoudelijke teamvergadering, met veel kennisoverdracht over seksualiteit in combinatie met mensen met een verstandelijke beperking, is het team er klaar voor.
Erecties
Na een aantal weken komt uit de observatielijst naar voren dat Guus elke ochtend een erectie heeft. Het fysieke systeem lijkt intact. Het aanraken van billen blijkt met grote regelmaat voor te komen. Vooral op de verzorgmomenten in zijn badkamer.
Wat uit de observatielijst blijkt is dat hij dan ook een erectie kan krijgen. Een aantal keer is waargenomen dat Guus dan met zijn hand aan de bovenkant van zijn piemel knijpt, verder niets. En nog een enkele keer is er een elastiekje in zijn bed gevonden.
Hoe masturberen?
Het lijkt er dus op dat Guus een gezond seksueel mens is, dat openstaat voor seksuele prikkels, maar niet goed weet hoe hij met het opwindingseffect van die prikkels kan omgaan. We vermoeden dat Guus opwinding kan ervaren door het aanraken van billen en dat Guus druk voelen (door elastiek of door knijpen) in zijn eikel als prettig ervaart, maar (nog) niet weet hoe hij kan masturberen.
Om dit te onderzoeken, wordt een actieplan gemaakt. In eerste instantie gaan begeleiders in nauw contact met de gedragskundige, Guus leren met behulp van een kunstpiemel met voorhuidje hoe hij masturberende handbewegingen kan maken.
Als hij dat oppakt, is de volgende stap om hem in de avond als hij naar bed gaat instructie te geven en dan ruimte om zijn eigen piemel op die manier aan te raken. Omdat Guus het voortvarend oppakt, krijgt hij een extra groot cadeau onder de kerstboom van zijn ouders. Kunstbillen!
Na een vakantie lees ik in mijn mailbox een berichtje: “Hiep hiep hoera, hij doet het! We hebben sperma gevonden in het bed van Guus!” Voor mij het leukste mailtje van allemaal.
Daphne Kemner, orthopedagoog-seksuoloog NVVS Prinsenstichting/Zodiak