Kijken vanuit de familie
Het gedrag van het kind met EVB+ kan op jonge leeftijd al heel ingewikkeld zijn. Ouders, broers, zussen en zorgverleners staan dan soms al voor moeilijke situaties. De voortdurende gedragsproblemen van een kind met EVB+ hebben een grote impact op de ouders en eventuele broers en zussen. Het hele gezin staat in het teken van het kind met EVB+. Vaak is het ritme van het gezin en ook de inrichting van de woning, helemaal ingericht op het kind met EVB+. Een kind met EVB+ verandert de dynamiek in een gezin, waarbij de verdeling van aandacht soms verstoord raakt. Tegelijkertijd is er een onlosmakelijke band met het kind met EVB+. Gevoelens van liefde, plezier, verdriet en verlies bestaan naast elkaar en beïnvloeden het gezin.
Even een weekendje weg of op vakantie met het gezin zit er vaak niet in. Er is altijd iemand in de buurt van het kind nodig. De ouders hebben geen vrije tijd, gaan minder werken, hun sociale leven komt op een laag pitje te staan. Daarnaast kan het eenzaam zijn, omdat anderen niet begrijpen wat ouders precies meemaken en hoe het is om een kind met EVB+ te hebben. Vaak hebben mensen uit de omgeving veel oordelen over het probleemgedrag en over de wijze waarop ouders hiermee omgaan.
Ouders van kinderen met EVB+ maken veel mee met hun kind. Meestal komen ze al vroeg in aanraking met professionals en begeleiders om hun kind de juiste zorg en begeleiding te kunnen bieden. Denk aan kinderartsen, psychiaters, medisch specialisten en begeleiding thuis. Elke professional heeft een eigen expertisegebied en eigen aanpak. Ouders moeten hun weg zien te vinden in ‘zorgland’, in hun omgang met de verschillende specialisten, de zorgwetgeving en financiering van zorg. Dat kan heel ingewikkeld zijn en vraagt veel tijd van ouders. Daarnaast kan het door lange wachtlijsten lastig zijn voor ouders om passende opvang, behandeling, zorg en – later – een goede woonplek te vinden.
Het toekomstbeeld dat de ouders voor hun kind hadden, komt niet overeen met de werkelijkheid en moet bijgesteld worden. Niet één keer, maar vaak meerdere keren. Dit wordt ook wel ‘levend verlies’ genoemd. Je rouwt om het verlies van je eigen dromen en verwachtingen en hebt verdriet over de beperking. Ook het omgaan met levend verlies is vaak een hele zoektocht. Contact met professionals of andere ouders die hetzelfde meemaken, kan helpen om dit draaglijker te maken of een plekje te geven. Psycho-educatie kan ouders, broers en zussen helpen om te leren gaan met hun emoties en deze beter te leren begrijpen.